ECLI:NL:CBB:2003:AN8139
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- D. Roemers
- J.A. Hagen
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Beslissing over terugvordering restitutie uitvoer rundvlees wegens onjuiste bewijsvoering
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot terugvordering van vooruitbetaalde restitutie voor uitvoer van bevroren rundvlees, omdat niet kon worden aangetoond dat de goederen binnen de gestelde termijn in het derde land waren ingevoerd.
De zaak betreft uitvoer van rundvlees in 1994, waarbij verweerder op basis van onderzoek en rapporten van UCLAF en AID concludeerde dat een deel van de goederen niet in Jordanië was ingevoerd, maar doorgevoerd naar Irak en de Verenigde Arabische Emiraten. Voor het deel dat in de Verenigde Arabische Emiraten werd ingevoerd, werd de restitutie ingetrokken wegens overschrijding van de twaalfmaandstermijn.
Appellante voerde onder meer verjaring aan, onverschuldigde betaling en schending van beginselen van behoorlijk bestuur. Het College oordeelde dat de toepasselijke Verordening (EEG) nr. 3665/87 van toepassing was en niet de latere Verordening 800/1999, waardoor verjaring niet was ingetreden. Ook was onvoldoende bewijs geleverd van invoer door appellante zelf. Het beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur werd verworpen vanwege het lange onderzoekstraject en het ontbreken van een rechtens te honoreren vertrouwen.
Het College verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit tot terugvordering van de restitutie.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van restitutie gehandhaafd.