ECLI:NL:RVS:2026:917
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing onttrekkingsverbod oppervlaktewater effluentsloot
Het dagelijks bestuur van waterschap Scheldestromen legde op 3 augustus 2022 aan de maatschap een last onder dwangsom op wegens het onttrekken van water uit een effluentsloot, gelegen naast de rioolwaterzuiveringsinstallatie Camperlandpolder. De maatschap betwistte dat de sloot een oppervlaktewaterlichaam is en stelde dat het onttrekkingsverbod niet op haar van toepassing was. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van de maatschap gegrond en vernietigde het besluit.
Het dagelijks bestuur stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de maatschap incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de effluentsloot wel degelijk een onderdeel is van een oppervlaktewaterlichaam, omdat het een anders dan incidenteel aanwezige watermassa betreft die in verbinding staat met ander oppervlaktewater, zoals het Veerse Meer. De Afdeling verwierp het betoog van de maatschap over de aanwezigheid van een stuw en het pompen naar een afgesloten buffersloot als onvoldoende om de sloot niet als oppervlaktewaterlichaam aan te merken.
Verder werd het beroep van de maatschap op het vertrouwensbeginsel en eerdere ontheffingen afgewezen, omdat deze niet zien op het onttrekken van water uit de effluentsloot en geen bijzondere omstandigheden opleveren die handhaving zouden moeten verhinderen. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van het dagelijks bestuur gegrond, waardoor het besluit op bezwaar van 15 november 2022 herleeft en de last onder dwangsom in stand blijft.
Uitkomst: Het hoger beroep van het dagelijks bestuur wordt gegrond verklaard en het onttrekkingsverbod op de effluentsloot blijft van kracht.