ECLI:NL:RVS:2015:3533
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake handhaving dempen greppel en lozen stoffen op perceel te Doorn
Appellante verzocht het college om handhavend op te treden tegen de maatschap wegens het dempen dan wel laten verlanden van een greppel en het lozen van stoffen op een gegraven geul op een perceel te Doorn. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond, vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid, maar verklaarde het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond.
Appellante voerde aan dat de greppel een oppervlaktewaterlichaam is en dat het college onterecht weigerde handhavend op te treden. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de greppel geen oppervlaktewaterlichaam is in de zin van de Waterwet, omdat deze niet watervoerend was, niet in verbinding stond met andere oppervlaktewaterlichamen en geen normaal ecosysteem bevatte. Hierdoor was geen watervergunning vereist en was handhaving niet mogelijk.
Verder stelde appellante dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handhavend optrad tegen het lozen van vervuild hemelwater op een andere sloot, maar de Afdeling oordeelde dat die sloot wel een oppervlaktewaterlichaam is en dat het college terecht handhavend optrad.
Tot slot betoogde appellante dat het handelen van de maatschap in strijd was met de Keur van het Hoogheemraadschap, maar ook dit werd verworpen omdat de greppel geen oppervlaktewaterlichaam is in de zin van de Keur. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.