AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging besluit centraal stembureau over kandidaatnaam en bevestiging geldigheid kandidatenlijst LEF
Het beroep betreft het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026 inzake de gemeenteraadsverkiezingen in Arnhem. G. Wonnink-Baydilli werd van de Piratenpartij-lijst geschrapt en op plaats 3 werd een kandidaat vermeld met omgedraaide naam en voorletters. Tevens werd de lijst van LEF geldig verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de naam en voorletters van de kandidaat op de Piratenpartij-lijst onjuist zijn vermeld en herstelt dit door de juiste naam en voorletters te bepalen. De schrapping van Wonnink-Baydilli wordt bevestigd omdat de handtekening op de instemmingsverklaring niet overeenkomt met die op haar rijbewijs, waardoor de wil tot plaatsing niet kon worden vastgesteld.
De geldigheid van de kandidatenlijst van LEF wordt bevestigd omdat voldoende geldige schriftelijke verklaringen van ondersteuning zijn ingediend. De Afdeling wijst het beroep voor het overige af en gelast vergoeding van het betaalde griffierecht aan Wonnink-Baydilli.
Uitkomst: Het besluit over de onjuiste naamvermelding op de Piratenpartij-lijst wordt vernietigd en hersteld, de schrapping van Wonnink-Baydilli bevestigd, en de geldigheid van de LEF-lijst gehandhaafd.
Uitspraak
202600492/1/A2.
Datum uitspraak: 16 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
G. Wonnink-Baydilli, wonend in Arnhem,
appellante,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Arnhem,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 16 februari 2026 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, voorzitter
Staatsraad mr. C.J. Borman, lid
Staatsraad mr. V.V. Essenburg, lid
griffier: mr. M.M. Engele
Verschenen:
Wonnink-Baydilli, vertegenwoordigd door [gemachtigde];
het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. R.G.J.T. Kroes en J. Adriaensen;
de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. A.J. Trouborst.
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij Wonnink-Baydilli van de lijst met de aanduiding "Piratenpartij" is geschrapt en waarbij op plaats 3 van die lijst "Anissa" als naam van de kandidaat is vermeld en "A. (Amara)" als voorletters. Het beroep richt zich eveneens tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij het centraal stembureau de lijst met de aanduiding "LEF - Voor de Nieuwe Generatie" (LEF) geldig heeft verklaard.
De Afdeling:
I. verklaart het beroep gegrond voor zover het betrekking heeft op de op plaats 3 van de lijst vermelde kandidaat;
II. vernietigt het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Arnhem van 6 februari 2026, voor zover daarbij op de lijst met daarboven de aanduiding "Piratenpartij" op plaats 3 van die lijst "Anissa" als naam van de kandidaat is vermeld en "A. (Amara)" als voorletters;
III. bepaalt dat bij die kandidaat "Amara" als naam en "A. (Anissa)" als voorletters wordt vermeld;
IV. bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit van 6 februari 2026;
V. verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
VI. gelast dat het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Arnhem aan G. Wonnink-Baydilli het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 200,00 vergoedt.
Gronden:
- In het besluit van 6 februari 2026 heeft het centraal stembureau de voor- en achternaam van Anissa Amara ten onrechte omgedraaid. De Afdeling zal dit gebrek herstellen.
- Wat betreft de schrapping van Wonnink-Baydilli van de lijst van de Piratenpartij stelt de Afdeling voorop dat het vereiste van een instemmingsverklaring ten doel heeft te voorkomen dat personen tegen hun wil op een kandidatenlijst worden geplaatst. Eén van de middelen om dat te controleren is een handtekening. Het centraal stembureau heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de handtekening op de instemmingsverklaring van 4 februari 2026 en de handtekening op het rijbewijs van Wonnink-Baydilli niet met elkaar overeenkomen, waardoor het centraal stembureau niet kon vaststellen of Wonnink-Baydilli daadwerkelijk de wil heeft om op de kandidatenlijst te worden geplaatst. De omstandigheid dat de gemachtigde van Wonnink-Baydilli in beroep een machtiging heeft overgelegd met een handtekening die wel lijkt op de handtekening op het rijbewijs van Wonnink-Baydilli, maakt dit niet anders. Ook aan de in beroep overgelegde instemmingsverklaring van 2 februari 2026 kan niet de betekenis toekomen die Wonnink-Baydilli wenst, alleen al omdat Wonnink-Baydilli die instemmingsverklaring niet bij het centraal stembureau heeft ingeleverd. De Afdeling overweegt verder dat deze situatie niet op één lijn is stellen met de situatie die in de uitspraak van de Afdeling van 14 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:460, aan de orde was.
- De Afdeling volgt Wonnink-Baydilli niet in haar betoog dat het centraal stembureau de kandidatenlijst van LEF ten onrechte geldig heeft verklaard. Het centraal stembureau heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat LEF voldoende geldige schriftelijke verklaringen van ondersteuning heeft ingeleverd. Het centraal stembureau heeft vastgesteld dat er geen andere verklaringen van de kiezer afkomstig zijn. Ook verder is niet gebleken van een reden om tot ongeldigheid te besluiten. Dat alleen de voor- of achternaam op een schriftelijke verklaring van instemming is vermeld, vormt zo’n reden niet.
- De Afdeling ziet geen aanleiding het centraal stembureau te veroordelen in de proceskosten.