ECLI:NL:RVS:2026:856
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie in hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie stelde appellant op 19 januari 2026 in bewaring. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 januari 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen grieven bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Bovendien werd geen zelfstandig oordeel van de rechtbank bestreden dat de uitspraak kon dragen.
De Afdeling zag ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.