Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N. Schoonbrood).
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 19 januari 2026 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Tunesische vreemdeling, op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 26 januari 2026.
Eiser betwistte enkele zware gronden voor de bewaring, waaronder het feit dat hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze zou zijn binnengekomen. De rechtbank oordeelde dat deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren, mede omdat eiser geen geldig document voor grensoverschrijding had en eerder illegaal was binnengekomen. De minister had bovendien de lichte grond betreffende een strafrechtelijke veroordeling laten vallen.
Eiser voerde aan dat de minister een lichter middel had moeten toepassen, mede vanwege zijn familiebanden in Frankrijk. De rechtbank vond echter dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstond, onder meer omdat eiser het bestaan van zijn partner en dochter niet had onderbouwd en er een risico op onttrekking aan toezicht bestond.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.