ECLI:NL:RVS:2026:832
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie in hoger beroep
Appellant is bij besluit van 8 januari 2026 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 januari 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming.
De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer op 19 februari 2026.
Uitkomst: De bewaring van appellant door de minister van Asiel en Migratie wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.