AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen omgevingsvergunning bouw woonzorggebouw na intrekking vergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Epe verleende op 27 maart 2021 een omgevingsvergunning aan Bedrijfsbureau Woonzorg Unie Veluwe voor de bouw van een woonzorggebouw op het perceel Burgemeester Van der Feltzlaan 4 in Epe. Deze vergunning bleef in stand na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen deze vergunning ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het college de vergunning in afwijking van het bestemmingsplan 'Epe-Noord' mocht verlenen.
Appellanten stelden hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de procedure informeerde het college dat de vergunning op verzoek van de vergunninghouder, Lelie Zorggroep, op 24 september 2025 was ingetrokken. Omdat tegen deze intrekking geen rechtsmiddelen waren aangewend, was de intrekking onherroepelijk geworden.
Gezien de intrekking van de vergunning en het ontbreken van andere aangevoerde redenen voor procesbelang, oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat het procesbelang van appellanten was vervallen. Hierdoor werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het college werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na intrekking van de omgevingsvergunning.
Uitspraak
202301568/1/R1.
Datum uitspraak: 11 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het hoger beroep van:
[appellant] en anderen,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 1 februari 2023 in zaken nrs. 21/4518, 21/4630, 21/4645 en 21/4666 in het geding tussen onder meer:
[appellant] en anderen
en
het college van burgemeester en wethouders van Epe.
Procesverloop
Bij besluit van 27 maart 2021 heeft het college aan Bedrijfsbureau Woonzorg Unie Veluwe een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woonzorggebouw op het perceel Burgemeester Van der Feltzlaan 4 in Epe.
Bij besluit van 8 september 2021 heeft het college het door [appellant] en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 27 maart 2021 onder aanvulling van de motivering in stand gelaten.
Bij uitspraak van 1 februari 2023 heeft de rechtbank, voor zover van belang, het door [appellant] en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Het college heeft een nader stuk ingediend.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.
Overwegingen
1. Het college heeft aan Bedrijfsbureau Woonzorg Unie Veluwe een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woonzorggebouw. Deze vergunning is in het besluit op bezwaar in stand gebleven en de rechtbank heeft het beroep [appellant] en anderen daartegen ongegrond verklaard. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat het college de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan "Epe-Noord" heeft mogen verlenen. [appellant] en anderen hebben tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld.
2. Bij brief van 24 september 2025 heeft het college laten weten dat bij besluit van 24 september 2025, op verzoek van vergunninghouder (nu: Lelie Zorggroep), de omgevingsvergunning voor het bouwen van het woonzorggebouw is ingetrokken. Tegen het besluit van 24 september 2025 zijn geen rechtsmiddelen aangewend, zodat de intrekking van de omgevingsvergunning onherroepelijk is.
3. Gelet hierop hebben [appellant] en anderen geen belang meer bij de beoordeling van het oordeel van de rechtbank dat het college de omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan heeft mogen verlenen. [appellant] en anderen hebben niet aangevoerd dat er andere redenen zijn op grond waarvan nog procesbelang bestaat. Daarom is het procesbelang vervallen.
4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
5. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.