ECLI:NL:RVS:2026:627
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming in planschade na intrekking bouwvergunning en bestemmingsplanwijzigingen
Appellant is sinds 2007 eigenaar van een perceel in Baarle-Nassau en verzocht in 2021 om tegemoetkoming in planschade vanwege het intrekkingsbesluit van 2013 en diverse bestemmingsplanwijzigingen die volgens hem tot waardevermindering en inkomensderving hebben geleid.
Het college wees de aanvraag af op advies van een deskundige, die concludeerde dat het oude en nieuwe planologische regime vergelijkbare bouw- en gebruiksmogelijkheden boden en dat de aanvraag deels niet-ontvankelijk was wegens verjaring. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, waaronder dat de uitgebreide bouwmogelijkheden op het nabijgelegen perceel van Albert Heijn tot indirecte planschade leidden. De Afdeling oordeelde dat de aanvraag voor zover deze ziet op het bestemmingsplan 'Dorpen' niet-ontvankelijk is vanwege verjaring en dat er geen aanleiding is om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om tegemoetkoming in planschade wordt bevestigd.