ECLI:NL:RVS:2026:57

Raad van State

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
202501319/3/R4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om opheffing voorlopige voorziening bestemmingsplan Ede, Elias Beeckmankazerne

Op 6 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een verzoek van de raad van de gemeente Ede om opheffing van een voorlopige voorziening die was getroffen bij uitspraak van 12 mei 2025. Deze voorlopige voorziening schorste het besluit van de raad van 16 januari 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan voor de nieuwbouw van een basisschool en gymzaal op de locatie Elias Beeckmankazerne. De Stichting Milieuwerkgroepen Ede (SME) en anderen betoogden dat de raad geen spoedeisend belang had voor de opheffing van de schorsing. De voorzieningenrechter oordeelde dat de raad onvoldoende had aangetoond dat de bouw van de basisschool met gymzaal al passend was beoordeeld in het kader van de Natuurbeschermingswet (Nbw). De raad had aanvullende stukken overgelegd, waaruit volgens hem bleek dat de bouw al eerder was goedgekeurd, maar SME betwistte de relevantie en authenticiteit van deze stukken. Uiteindelijk concludeerde de voorzieningenrechter dat de raad deugdelijk had gemotiveerd dat het bestemmingsplan voldeed aan de Nbw, en hefte de voorlopige voorziening op. Dit betekent dat het bestemmingsplan niet langer geschorst is.

Uitspraak

202501319/3/R4.
Datum uitspraak: 6 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:
de raad van de gemeente Ede,
verzoeker,
om opheffing of wijziging (artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) van de bij uitspraak van 12 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2119, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen:
Stichting Milieuwerkgroepen Ede (hierna: SME) en anderen, gevestigd dan wel wonend in Ede,
en
de raad van de gemeente Ede,
verweerder.
Procesverloop
Bij uitspraak van 12 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het besluit van de raad van 16 januari 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ede, Elias Beeckmankazerne, nieuwbouw basisschool en gymzaal", geschorst.
De raad heeft de voorzieningenrechter verzocht de getroffen voorlopige voorziening op te heffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 4 december 2025, waar de raad, vertegenwoordigd door J. Stieber, ing. J. Riezebos en A. Schuitemaker-Blijdorp, en SME en anderen, vertegenwoordigd door mr. M.T. Hoen, advocaat in Wijnjewoude, vergezeld door [persoon], zijn verschenen. Verder is op de zitting Stichting SKOVV, vertegenwoordigd door [gemachtigden], als partij gehoord.
Overwegingen
Voorlopig karakter
1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
2.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 21 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Spoedeisend belang
3.       SME en anderen betogen dat de raad geen spoedeisend belang heeft dat de opheffing van de getroffen voorlopige voorziening tot schorsing van het bestemmingsplan rechtvaardigt. De enkele wens van de raad en Stichting SKOVV om snel te starten met de bouw van de nieuwe basisschool, is onvoldoende om een spoedeisend belang aan te nemen. De raad heeft pas een half jaar na de uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 mei 2025 gevraagd om opheffing van de getroffen voorlopige voorziening en daarnaast loopt er al een traject voor een nieuwe natuurvergunning.
3.1.    Uit de wettekst van artikel 8:87 van de Awb volgt dat de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening kan opheffen of wijzigen. In artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is vermeld dat de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening kan treffen, indien onverwijlde spoed dat vereist. Artikel 8:81, eerste lid, van de Awb is echter niet van overeenkomstige toepassing verklaard op de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening op te heffen. Uit artikel 8:87 van de Awb volgt evenmin dat anderszins die bevoegdheid alleen bestaat indien er een spoedeisend belang is. Anders dan bij het treffen van een voorlopige voorziening, is voor het opheffen en wijzigen daarvan dan ook niet vereist dat een spoedeisend belang is gesteld. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 31 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:369, onder 3.2.
Daarom komt de voorzieningenrechter niet toe aan de beoordeling van de vraag of de raad een spoedeisend belang heeft dat de opheffing van de getroffen voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Beoordeling verzoek om opheffing
4.       Met de uitspraak van 12 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening het bestemmingsplan geschorst, omdat de raad niet goed had gemotiveerd dat de bouw van een nieuwe basisschool met een gymzaal op de locatie Elias Beeckmankazerne al passend beoordeeld en vergund is in 2015, zodat is voldaan aan artikel 2.8, tweede lid, van de Wet Natuurbescherming (hierna: de Wnb).
5.       Naar aanleiding van de uitspraak van 12 mei 2025 heeft de raad onder verwijzing naar aanvullende stukken een nader standpunt ingenomen waaruit volgens hem volgt dat het bestemmingsplan voldoet aan artikel 2.8, tweede lid, van de Wnb. De raad stelt zich op het standpunt dat de schorsing van het bestemmingsplan niet langer nodig is, omdat nu wel vast is komen te staan dat de bouw van een basisschool met gymzaal al passend is beoordeeld in het kader van een in 2015 verleende vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw-vergunning). Op grond van artikel 2.8, tweede lid, van de Wnb mocht daarom een nieuwe passende beoordeling bij dit plan achterwege worden gelaten, aldus de raad. De raad verwijst daarvoor onder andere naar stukken die hij heeft opgevraagd bij Haskoning en Arcadis, en naar de oplegnotitie over stikstofdepositie van 4 februari 2014 (hierna: de oplegnotitie), opgesteld door Arcadis ten behoeve van de verleende Nbw-vergunning. Op de zitting heeft de raad een toelichting gegeven op de aanvullende stukken.
5.1.    SME en anderen betogen dat de raad geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat de verleende Nbw-vergunning meer omvat dan alleen woningbouw. Zij benadrukken dat dat niet uit de tekst van de Nbw-vergunning en de aanvraag blijkt. SME en anderen stellen dat de Veluwse Poort, waarvoor de bijlagen 5 en 6A bij het verzoek om opheffing het programma bevatten, geen onderdeel uitmaakt van de aanvraag om de Nbw-vergunning. Verder is in de uitspraak van 12 mei 2025 al geoordeeld dat in de oplegnotitie niets uitdrukkelijks is vermeld over het rekening houden met een nieuwe basisschool in de stikstofberekeningen.
Daarnaast kan niet worden vastgesteld wat de afkomst en status van de aanvullende stukken zijn. Of die stukken daadwerkelijk afkomstig zijn uit de archieven van Haskoning en Arcadis valt niet te verifiëren. Bovendien ontbreekt een toelichting van hen op de documenten. Volgens SME en anderen bestaat daarom geen reden voor een ander oordeel dan gedaan in de uitspraak van de Afdeling van 28 december 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3990), waarbij het bestemmingsplan "Ede, World Food Center deelgebied A" is vernietigd, en de uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 mei 2025.
5.2.    Op basis van de aanvullende stukken waar de raad naar heeft verwezen, heeft de voorzieningenrechter de overtuiging gekregen dat de nieuwe basisschool met gymzaal al passend is beoordeeld in het kader van de Nbw-vergunning uit 2015. De voorzieningenrechter stelt voorop dat dit niet in strijd is met het oordeel in de uitspraken van 28 december 2022 en 12 mei 2025. In die uitspraken staat dat in de tekst van de vergunningaanvraag en in de tekst van de Nbw-vergunning is aangegeven dat de vergunning meer omvat dan alleen woningbouw. Daarin wordt namelijk ook ongeveer 50.000 m² aan voorzieningen vermeld. In de twee voorgaande procedures is echter op basis van de destijds bekende stukken niet vast komen te staan dat de Nbw-vergunning uit 2015 meer omvat dan alleen woningbouw. De raad is in deze procedure met aanvullende stukken gekomen en op basis daarvan heeft de voorzieningenrechter nu wel kunnen vaststellen dat een nieuwe basisschool met gymzaal al passend is beoordeeld in 2015.
5.3.    Uit de eerder overgelegde stukken en de aanvullende stukken in onderlinge samenhang bezien blijkt namelijk het volgende. In paragraaf 1.1 van de oplegnotitie staat dat de kazerneterreinen, en daarmee het plangebied, onderdeel zijn van alle ontwikkelingen die meegenomen zijn bij het berekenen van de stikstofdepositie. Hoofdstuk 2 van de oplegnotitie gaat over de toetsing van het onderdeel stikstofdepositie kazerneterreinen. Daarin staat dat de stikstofdepositie met behulp van het modelleerprogramma OPS Pro is berekend en dat daarbij gebruik is gemaakt van emissiecijfers voor stikstof van maart 2011. Verder staat er dat verschillende scenario’s zijn berekend die zijn gebaseerd op het verkeersmodel 38 van de gemeente Ede (versie juni 2011). De stikstofberekeningen voor de kazerneterreinen, waaronder dus het plangebied in deze zaak, zijn blijkens de oplegnotitie gebaseerd op de uitkomsten van dat verkeersmodel 38. Er is gekozen om geen aparte berekening uit te voeren om de effecten van alleen de kazerneterreinen inzichtelijk te maken ten behoeve van de aanvraag van de Nbw-vergunning, aldus de oplegnotitie. Reden hiervoor is volgens de notitie de nauwe samenhang met verschillende andere planonderdelen voor het programma dat als overkoepelende aanduiding heeft de Veluwse Poort. De resultaten van de berekeningen zijn opgenomen en beschreven in het rapport "Maatregelen Natuurbeschermingswet 1998 Parklaan Ede" van Arcadis van 25 februari 2013, en dat document ligt ook ten grondslag aan de Nbw-vergunning.
In de aanvullende stukken - bijlagen 5 en 6A bij het verzoek om opheffing - zijn een Word- en Excelbestand opgenomen, beide getiteld "Programma Veluwse Poort" afkomstig uit het archief van Haskoning. Dat programma is door de gemeente destijds aan Haskoning aangeleverd. Bijlage 5 bevat het programma voor de ontwikkeling van verschillende locaties binnen de Veluwse Poort, waaronder de locatie Elias Beeckmankazerne. In die bijlage is te zien dat op de locatie Elias Beeckmankazerne rekening is gehouden met 7.500 m² voor onderwijs en opvang. Bijlage 6A bevat dezelfde cijfers. Uit bijlage 6A blijkt vervolgens dat Haskoning dit programma heeft gebruikt als input voor het verkeersmodel 38. Voor de locatie Elias Beeckmankazerne heeft Haskoning dus rekening gehouden met 7.500 m² voor onderwijs en opvang. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een ontwikkeling van 3.400 m², bestaande uit twee bouwlagen van 1.400 m² voor een basisschool en een gymzaal van 600 m², en past hier dus ruim binnen.
Bijlage 7 van de aanvullende stukken betreft een door Haskoning gegenereerd plot waarop de berekende verkeersintensiteit per verkeerszone is weergeven. Bijlage 8L is een uittreksel afkomstig uit het archief van Arcadis en zoals de raad in het verzoek om opheffing heeft toegelicht is daarop te zien dat Arcadis bij het uitvoeren van de stikstofberekeningen heeft gerekend met de verkeersintensiteiten uit het verkeersmodel 38, zoals berekend door Haskoning. Ook in die bijlagen ziet de voorzieningenrechter een bevestiging dat een nieuwe basisschool onderdeel is van de stikstofberekeningen.
Het betoog van SME en anderen dat niet het hele programma voor de Veluwse Poort onderdeel uitmaakt van de Nbw-vergunning, doet geen afbreuk aan de constatering dat een nieuwe basisschool zoals voorzien in het voorliggende plan, wel in de passende beoordeling voor de Nbw-vergunning is betrokken.
De voorzieningenrechter overweegt ten slotte dat de raad op de zitting de herkomst en inhoud van de stukken van Haskoning en Arcadis voldoende heeft toegelicht. In wat SME en anderen hebben gesteld, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om aan de juistheid of authenticiteit daarvan te twijfelen.
5.4.    De voorzieningenrechter is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de raad deugdelijk heeft gemotiveerd dat het bestemmingsplan voldoet aan artikel 2.8, tweede lid, van de Wnb. De voorzieningenrechter verwacht daarom dat de Afdeling in de bodemprocedure zal oordelen dat op grond van die bepaling bij de voorbereiding van het bestemmingsplan een nieuwe passende beoordeling achterwege mocht worden gelaten.
Over de andere bezwaren die tegen het bestemmingsplan naar voren zijn gebracht over onder meer participatie, verkeer, parkeren, de ladder voor duurzame verstedelijking, alternatieve locaties en het behoud van groen, is in de vorige uitspraak van 12 mei 2025 al geoordeeld dat die geen aanleiding geven voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Conclusie
6.       Gelet hierop, bestaat aanleiding om de getroffen voorlopige voorziening op te heffen. Dit betekent dat het bestemmingsplan niet langer geschorst is.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
heft de voorlopige voorziening, getroffen bij uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2119, op.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.V. Vreugdenhil, griffier.
w.g. Van Breda
voorzieningenrechter
w.g. Vreugdenhil
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2026
571-1070