ECLI:NL:RVS:2026:522
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 30 januari 2025 is afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep op 2 januari 2026 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, conform eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer op 30 januari 2026, waarbij tevens de griffier R.D. Salverda aanwezig was. De voorlopige voorziening biedt verzoeker bescherming gedurende de procedure van het hoger beroep.
Uitkomst: Verzoeker wordt beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.