Eiseres, een vrouw met de Venezolaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege discriminatie als lid van de lhbti-gemeenschap en haar politieke activiteiten voor de partij Voluntad Popular. Zij vreesde vervolging en ernstige schade bij terugkeer naar Venezuela.
De minister van Asiel en Migratie erkende de geloofwaardigheid van haar asielmotieven, maar oordeelde dat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij een reëel risico op vervolging of ernstige schade loopt. De rechtbank bevestigde dit oordeel en overwoog dat de discriminatie in Venezuela niet zodanig ernstig is dat het functioneren op maatschappelijk en sociaal gebied onmogelijk wordt gemaakt.
Ook de politieke vrees werd niet aannemelijk geacht, omdat eiseres geen concrete aanwijzingen gaf dat zij door de autoriteiten wordt gezocht of dat haar naam op de Tascón-lijst staat. De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.