ECLI:NL:RVS:2026:4408

Raad van State

Datum uitspraak
29 juli 2026
Publicatiedatum
29 juli 2026
Zaaknummer
202503143/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 5 Erfgoedverordening Nijmegen 2021Bijlage 1 Erfgoedverordening Nijmegen 2021Artikel 14 Erfgoedverordening Nijmegen 2021
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar en bevestiging aanwijzing beschermd gemeentelijk monument Stationsplein 26 Nijmegen

De raad van de gemeente Nijmegen heeft het pand aan het Stationsplein 26 aangewezen als beschermd gemeentelijk monument vanwege de cultuurhistorische waarde, met name als voorbeeld van een experimentele woonvorm met stadse allure. Souchong Beleggingen C.V. en Stichting Bewaarder Souchong maakten bezwaar tegen deze aanwijzing, waarbij Souchong Beleggingen C.V. aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard.

De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van beide partijen ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat Souchong Beleggingen C.V. wel belanghebbende is omdat zij de economische eigendom van het pand bezit. Daarom vernietigt de Afdeling het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en verklaart het bezwaar ongegrond.

De Afdeling bevestigt dat de aanwijzing zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de cultuurhistorische waarde van het pand voldoende is onderbouwd. De bezwaren over de hoge renovatiekosten en vermeende onevenredigheid van de aanwijzing worden verworpen omdat deze onvoldoende zijn gemotiveerd en niet aantonen dat de aanwijzing disproportioneel is.

De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Souchong Beleggingen C.V. en terugbetaling van griffierecht. De uitspraak bevestigt de monumentstatus van het pand en handhaaft de bescherming daarvan.

Uitkomst: Het bezwaar van Souchong Beleggingen C.V. wordt gegrond verklaard, het besluit tot niet-ontvankelijkheid vernietigd, maar de aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument wordt bevestigd.

Uitspraak

202503143/1/A2.
Datum uitspraak: 29 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op de hoger beroepen van:
1.       Stichting Bewaarder Souchong en
2.       Souchong Beleggingen C.V.,
beide gevestigd in Laren,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 april 2025 in zaak nr. 23/6014 in het geding tussen:
Souchong Beleggingen C.V. en Stichting Bewaarder Souchong
en
de raad van de gemeente Nijmegen.
Procesverloop
Bij besluit van 30 november 2022 heeft de raad het pand aan het Stationsplein 26 in Nijmegen (het pand) aangewezen als beschermd gemeentelijk monument.
Bij besluit van 12 juli 2023 heeft de raad het door Souchong Beleggingen C.V. daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het door Stichting Bewaarder Souchong daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 18 april 2025 heeft de rechtbank het door Souchong Beleggingen C.V. en Stichting Bewaarder Souchong daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben Souchong Beleggingen C.V. en Stichting Bewaarder Souchong hoger beroep ingesteld.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 15 juni 2026, waar Souchong Beleggingen C.V. en Stichting Bewaarder Souchong, beide vertegenwoordigd door mr. A. Kamphuis, advocaat in Amsterdam, en [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door G. Pfennings, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1.       De commissie Beeldkwaliteit van de gemeente Nijmegen heeft op 27 januari 2022 een beschermingsprogramma besproken. De commissie heeft in een advies van dezelfde datum aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (het college) geconcludeerd dat de monumentwaarde van het pand van voldoende niveau wordt geacht om een status als gemeentelijk monument te kunnen rechtvaardigen.
2.       Het college heeft op 8 maart 2022 aan de vastgoedbeheerder van Souchong Beleggingen C.V. en Stichting Bewaarder Souchong laten weten dat de gemeente het pand als beschermd monument op de monumentenlijst wil gaan plaatsen. Het college heeft daarbij gewezen op de mogelijkheid om een zienswijze te geven.
3.       Souchong Beleggingen C.V. en Stichting Bewaarder Souchong hebben op 14 april 2022 een zienswijze gegeven.
4.       De commissie Beeldkwaliteit heeft in een advies van 7 juni 2026 de zienswijze beoordeeld. In het advies staat dat de commissie van mening is dat de gemeente zoveel mogelijk een staalkaart van verschillende architectuur uit allerlei tijden moet zijn. Het pand neemt een prominente plaats in bij het station Nijmegen en vormt zodoende een herkenbaar onderdeel van het stationsgebied van Nijmegen. De bescherming van het pand draagt bij aan een kwalitatief stadsbeeld. De commissie heeft daarom geen aanleiding gezien om af te wijken van het eerdere advies.
Wettelijk kader
5.       Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.
Besluitvorming
6.       Bij besluit van 30 november 2022 heeft de raad het pand aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. Bij het besluit heeft de raad een redengevende beschrijving gegeven. In een redengevende beschrijving staat waarom een object monumentwaardig is. In de redengevende omschrijving van het pand staat onder meer dat het pand cultuurhistorische waarde heeft als uiting van een destijds experimentele woonvorm met stadse allure. Voor het eerst werd in een kantoorgebouw gewoond, in een nieuw type woning, namelijk de maisonnettewoning.
7.       Bij besluit van 12 juli 2023 heeft de raad het bezwaar van Souchong Beleggingen C.V. niet-ontvankelijk en het bezwaar van Stichting Bewaarder Souchong ongegrond verklaard. De raad heeft de aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument na wijziging van de wettelijke grondslag in stand gelaten. Voor de motivering hiervan heeft de raad verwezen naar het raadsvoorstel van de commissie voor bezwaarschriften van 27 juni 2023. In het raadsvoorstel is, voor zover van belang, het volgende vermeld.
Op grond van artikel 5, eerste lid, van de Erfgoedverordening Nijmegen 2021 kan een gebouw alleen op grond van zijn cultuurhistorische waarde worden aangewezen als beschermd gemeentelijk monument. Cultuurhistorische waarde is geen containerbegrip, waarin ook de architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarden zijn begrepen. De cultuurhistorische waarde is in bijlage 1 van de Erfgoedverordening opgenomen als een apart criterium, naast architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige criteria. Voor aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument is voldoende dat aan één van de criteria is voldaan, mits dit voldoende is gemotiveerd. De aanwijzing van het pand is gebaseerd op twee adviezen van de commissie Beeldkwaliteit. Uit de redengevende omschrijving blijkt dat de selectie van het pand mede is gebaseerd op de cultuurhistorische waarde, omdat het pand een uiting vormt van een destijds voor Nijmegen experimentele woonvorm met stadse allure. De commissie Beeldkwaliteit heeft in haar advies van 27 januari 2022 geadviseerd het pand van voldoende niveau te achten om een status als gemeentelijk monument te kunnen rechtvaardigen. In haar advies van 7 juni 2022, uitgebracht naar aanleiding van de ingediende zienswijze, heeft de commissie Beeldkwaliteit haar eerdere advies over de monumentwaarde van het pand bevestigd.
Het algemeen belang van aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument weegt zwaarder dan het belang van Stichting Bewaarder Souchong. Dat de eerder geraamde kosten voor modernisering en verduurzaming van het pand hoger zullen uitvallen door de aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument, is onvoldoende onderbouwd, aldus de commissie voor bezwaarschriften.
Uitspraak van de rechtbank
8.       De rechtbank heeft geoordeeld dat Souchong Beleggingen C.V. geen belanghebbende is bij de aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument. Zij heeft niet aangetoond dat zij door het besluit tot aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument rechtstreeks in haar belangen zal worden geraakt. Uit de statuten van Stichting Bewaarder Souchong volgt niet dat Souchong Beleggingen C.V. de economische eigendom heeft verkregen van het pand of dat zij bevoegd is tot het verrichten van alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen.
De rechtbank is verder van oordeel dat het besluit van de raad om het pand als beschermd gemeentelijk monument aan te wijzen zorgvuldig tot stand is gekomen en voldoende is onderbouwd. Stichting Bewaarder Souchong is niet onevenredig benadeeld door de aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument, aldus de rechtbank.
Hoger beroep van Souchong Beleggingen C.V.
9.       Souchong Beleggingen C.V. betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij geen belanghebbende is. Zij is economisch eigenaar van het pand. Alle baten en lasten van het pand zijn voor haar en de exploitatie vindt voor haar rekening en risico plaats. Door de aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument wordt zij in haar belangen geschaad.
9.1.    Uit de bij de Afdeling voor het eerst overgelegde notariële akte van levering, volgt dat Souchong Beleggingen C.V. op 31 maart 2020 de economische eigendom van het pand heeft verkregen. Sinds die datum zijn alle baten en lasten van het pand voor rekening van Souchong Beleggingen C.V. en komt het pand voor haar risico. De Afdeling is daarom van oordeel dat Souchong Beleggingen C.V. als belanghebbende moet worden aangemerkt, omdat een reële mogelijkheid bestaat dat zij door het besluit van 30 november 2022 in haar aan de economische eigendom ontleende belang zal worden geschaad. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 7 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV8065.
9.2.    Het betoog slaagt.
Conclusie
10.     Het hoger beroep van Souchong Beleggingen C.V. is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover de rechtbank daarin het beroep van Souchong Beleggingen C.V. ongegrond heeft verklaard. Doende wat de rechtbank zou moeten doen, verklaart de Afdeling het beroep van Souchong Beleggingen C.V. tegen het besluit van 12 juli 2023 gegrond. De Afdeling vernietigt dat besluit, voor zover de raad daarin het bezwaar van Souchong Beleggingen C.V. niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Souchong Beleggingen C.V. heeft op de zitting van de Afdeling toegelicht dat haar belangen inhoudelijk overeenkomen met die van Stichting Bewaarder Souchong. Zij had ook dezelfde gronden als Stichting Bewaarder Souchong in beroep aangevoerd en heeft nu ook dezelfde gronden als Stichting Bewaarder Souchong aangevoerd tegen de overwegingen van de rechtbank over de aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument. De uitkomst van het hierna te bespreken hoger beroep van Stichting Bewaarder Souchong zal daarom ook gelden voor Souchong Beleggingen C.V. Gelet op wat hierna komt, zal de Afdeling, doende wat de rechtbank zou moeten doen, het bezwaar van Souchong Beleggingen C.V. ongegrond verklaren.
Hoger beroep van Stichting Bewaarder Souchong
Is de aanwijzing zorgvuldig tot stand gekomen?
11.     Stichting Bewaarder Souchong betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument onzorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank is buiten de omvang van het geschil getreden. De raad heeft onvoldoende gemotiveerd dat het pand op basis van alleen de cultuurhistorische criteria over voldoende waarde beschikt om aanwijzing als gemeentelijk monument te rechtvaardigen. De adviezen van de commissie Beeldkwaliteit van 27 januari 2022 en 7 juni 2022 zijn niet opgesteld volgens het uitgangspunt dat uitsluitend de cultuurhistorische criteria, zoals bedoeld in bijlage 1 van de Erfgoedverordening Nijmegen 2021, aan de aanwijzing ten grondslag kunnen worden gelegd. In de adviezen is verwezen naar de Erfgoedverordening 2020, waardoor onduidelijk is of de adviezen zijn gebaseerd op de juiste verordening. Verder blijkt uit de adviezen niet aan welke criteria de commissie heeft getoetst en is in de adviezen niet expliciet ingegaan op de cultuurhistorische criteria, aldus Stichting Bewaarder Souchong.
11.1.  Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3422), heeft het bestuursorgaan beoordelingsruimte bij het bepalen van de monumentale waarde van een onroerende zaak. De bestuursrechter toetst of het bestuursorgaan geen onredelijk gebruik heeft gemaakt van die beoordelingsruimte. Bij het beantwoorden van de vraag of een als monumentwaardig beoordeelde onroerende zaak als beschermd gemeentelijk monument moet worden aangewezen, heeft het bestuursorgaan beleidsruimte en moet het de betrokken belangen afwegen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de nadelige gevolgen van de aanwijzing niet onevenredig zijn in verhouding tot de met de aanwijzing te dienen doelen.
11.2.  De Afdeling stelt vast dat de raad in het besluit van 12 juli 2023 alleen de cultuurhistorische criteria, zoals opgenomen in artikel 1, onder IV, van bijlage 1 bij de Erfgoedverordening Nijmegen 2021, aan de aanwijzing van het pand ten grondslag heeft gelegd. De verwijzing naar de Erfgoedverordening 2020 in het advies van de commissie Beeldkwaliteit van 27 januari 2022 is, gelet daarop, een kennelijk verschrijving.
11.3.  De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de raad het pand mocht aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument, omdat de cultuurhistorische waarde van het pand van voldoende niveau is. De raad heeft in de redengevende beschrijving bij het besluit van 30 november 2022 toegelicht wat de cultuurhistorische waarde van het pand is. Het pand is een voorbeeld van een destijds voor Nijmegen experimentele woonvorm met stadse allure. Voor het eerst werd in een kantoorgebouw ook gewoond, in een nieuw type woning, namelijk de maisonnettewoning, aldus de raad in de redengevende beschrijving. Dat in de redengevende beschrijving ook de architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde van het pand is betrokken en de raad in reactie op de zienswijze van Stichting Bewaarder Souchong heeft gesteld dat de waardering van een monument een optelsom is van cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarden, doet er niet aan af dat de raad in het besluit van 12 juli 2023 heeft toegelicht dat hij de aanwijzing van het pand als gemeentelijk monument alleen op de cultuurhistorische waarde van het pand baseert. In dit verband is ook van belang dat Stichting Bewaarder Souchong de cultuurhistorische waarde van het pand, zoals blijkt uit de redengevende omschrijving, niet heeft betwist. Stichting Bewaarder Souchong heeft gelijk dat de commissie Beeldkwaliteit in de adviezen van 27 januari 2022 en 7 juni 2022 niet expliciet is ingegaan op de cultuurhistorische waarde van het pand, maar uit deze adviezen volgt wel dat de commissie naar aanleiding van de bespreking van het concept van de redengevende beschrijving, waarin ook de cultuurhistorische waarde is weergeven, tot de conclusie is gekomen dat het pand van voldoende niveau is om de status als gemeentelijk monument te rechtvaardigen. Er is dus onvoldoende grond voor de conclusie dat de commissie Beeldkwaliteit de cultuurhistorische criteria niet in haar advisering heeft betrokken.
11.4.  Het betoog slaagt niet.
Had de raad van aanwijzing moeten afzien?
12.     Stichting Bewaarder Souchong betoogt verder dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de aanwijzing van het pand als gemeentelijk monument onevenredig is. Het pand heeft het einde van zijn levensduur bereikt. Door de aanwijzing van het pand als gemeentelijk monument, kan het pand niet gesloopt worden. Uit het inspectierapport van Abcnova van 8 september 2021 volgt dat voor het behoud van het bestaande gebouw een investering nodig is van € 7.122.675,00. Van een gebouweigenaar kan niet worden gevraagd om een dergelijke investering te doen in dit gebouw, zonder dat daar enige financiële opbrengst tegenover staat.
12.1.  Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 12 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:54), zijn bij de te verrichten belangenafweging in het kader van de aanwijzing van een monument - dan wel de heroverweging van de monumentenstatus - door de eigenaar van het object concreet gestelde en genoegzaam gemotiveerde negatieve gevolgen van de monumentenstatus voor bijvoorbeeld herontwikkeling of verkoop al relevant in het kader van de aanwijzing, en niet pas bij de aanvraag om een vergunning tot wijziging of sloop van het aangewezen monument.
12.2.  De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat de kosten voor renovatie en verduurzaming van het pand hoog zijn, niet maakt dat de aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument onevenredige gevolgen heeft. Stichting Bewaarder Souchong heeft niet inzichtelijk gemaakt hoe de kostenraming uit het inspectierapport van Abcnova van 8 september 2021 zich verhoudt tot mogelijke andere scenario’s voor de toekomst van het pand. Zij heeft geen kostenramingen overgelegd van andere scenario’s, zoals bijvoorbeeld sloop en nieuwbouw van het pand. In dat verband is van belang dat de stelling van Stichting Bewaarder Souchong dat het pand door de aanwijzing als gemeentelijk monument niet gesloopt kan worden, gelet op artikel 14 van Pro de Erfgoedverordening Nijmegen 2021, niet juist is. Verder volgt uit het inspectierapport van Abcnova van 8 september 2021 niet dat de kosten voor renovatie en verduurzaming hoger zijn als gevolg van de aanwijzing van het pand als beschermd gemeentelijk monument. Dat de vernieuwing van de natuursteen tegen de gevel in de kostenraming van Abcnova niet is meegenomen en ook de bouwkosten na 2021 verder zijn gestegen, doet daaraan niet af. Deze stijgingen van de kosten staan namelijk niet in verband met de aanwijzing van het pand als gemeentelijk monument.
12.3.  Het betoog slaagt niet.
Conclusie
13.     Het hoger beroep van Stichting Bewaarder Souchong is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover de rechtbank het beroep van Stichting Bewaarder Souchong ongegrond heeft verklaard.
Proceskosten
14.     De raad moet de proceskosten van Souchong Beleggingen C.V. vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep van Souchong Beleggingen C.V. gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 18 april 2025 in zaak nr. 23/6014, voor zover de rechtbank daarin het beroep van Souchong Beleggingen C.V. ongegrond heeft verklaard;
III.      verklaart het door Souchong Beleggingen C.V. bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;
IV.     vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Nijmegen van 12 juli 2023, kenmerk D230726623, voor zover de raad daarin het door Souchong Beleggingen C.V. gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard;
V.      verklaart dat bezwaar ongegrond;
VI.     bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit van 12 juli 2023;
VII.     bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
VIII.    veroordeelt de raad van de gemeente Nijmegen tot vergoeding van bij Souchong Beleggingen C.V. in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 3.736,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
IX.     gelast dat de raad van de gemeente Nijmegen aan Souchong Beleggingen C.V. het door haar betaalde griffierecht van € 944,00 voor de behandeling van het beroep en hoger beroep terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J.Q. Oskam, griffier.
w.g. Lange
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Oskam
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026
1067
BIJLAGE
WETTELIJK KADER
Erfgoedverordening Nijmegen 2021
Artikel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument
1. De gemeenteraad kan besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument, bouwhistorie monument, identiteitsbepalend object of beeldbepalend pand.
Bijlage 1 Selectiecriteria
1. Selectiecriteria voor aanwijzing van gemeentelijke gebouwde monumenten, bouwhistorie monumenten, stadsbeelden en stadsbeeldobjecten.
De onderstaande selectiecriteria zijn gericht op het algemeen belang van de gemeente Nijmegen en dienen dus te worden toegepast op het niveau van de stad, de buurt of de wijk. Hieronder zijn begrepen de geïncorporeerde dorpskernen en de buitengebieden. Voor gemeentelijke monumenten kunnen elk van de vier criteria grondslag bieden voor bescherming. Voor bouwhistorie monumenten zijn de bouwhistorische en/of stedenbouwkundige criteria relevant.
[…]
IV. Cultuurhistorische criteria | Het object in de geschiedenis.
a. Nederzettingshistorie
Het object is van belang als bijzondere uitdrukking van een geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkeling.
b. Historische waarde
Het object is van belang vanwege een plaatselijk, regionaal en/of landelijk historisch gegeven, zoals bekende bewoners, beroepen, bijzondere activiteiten en/of gebeurtenissen.
c. Sociaal-economisch en/ of maatschappelijk belang
Het object is van belang vanwege de bestemming die verbonden is met bijvoorbeeld een sociaalhistorische, economische, technische of religieuze ontwikkeling.
Het object in zijn geschiedenis omvat de aspecten van plaats, tijd en functie die ervoor zorgen dat het object een bijzondere plaats in cultuurhistorie van Nijmegen heeft gekregen. Hieronder vallen onder meer landgoederen en boerderijen ter herinnering aan de landelijke situatie van voorheen, maar ook technische gebouwen zoals gemalen, alsmede andere gebouwen die in de stedelijke geschiedenis een rol hebben gespeeld, waaronder de gebouwen verbonden met de stichting van de Katholieke Universiteit in 1923.
Naast de vier bovenstaande intrinsieke criteria worden de criteria gaafheid, zeldzaamheid en belevingswaarde meegewogen, die een verbijzondering zijn van de eerstgenoemde vier criteria.
[…].