ECLI:NL:RVS:2026:4400
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens niet voldoen aan vierjarige inschrijvingseis in Amsterdam
Appellant vroeg op 20 september 2023 een urgentieverklaring aan bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, die op 20 november 2023 werd afgewezen wegens het niet voldoen aan de eis van minimaal vier jaar onafgebroken inschrijving in de BRP van Amsterdam. Appellant was tussen 13 juni 2019 en 27 mei 2020 niet ingeschreven, waardoor hij niet voldeed aan deze bindingseis.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college terecht geen uitzondering maakte op de dwingende bepalingen van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Ook de door appellant aangevoerde medische omstandigheden en de brief van zijn huisarts waren onvoldoende om toepassing van de hardheidsclausule te rechtvaardigen.
In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak. De Afdeling benadrukte dat de BRP-inschrijving de maatstaf is voor de bindingseis en dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat er geen sprake was van een acute medische noodsituatie.
De Afdeling wees het hoger beroep af en liet de uitspraak van de rechtbank in stand. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring wegens niet voldoen aan de vierjarige onafgebroken inschrijvingseis in de BRP.