ECLI:NL:RVS:2026:4264
Raad van State
- Hoger beroep
- J.M. Willems
- C.J. Borman
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding immateriële schade door gaswinning in Groningen bevestigd
Appellante vroeg vergoeding van immateriële schade als gevolg van gaswinning in Groningen, maar het Instituut Mijnbouwschade Groningen wees haar aanvraag af op basis van een gestandaardiseerde methode die onder meer de locatie, veiligheid, fysieke schade en duur van de schadeafhandeling beoordeelt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Raad van State bevestigt dit in hoger beroep. Hoewel appellante een zwaar profiel van persoonlijk leed (PIA) had ingevuld, waren de objectieve aanwijzingen voor persoonsaantasting onvoldoende volgens de bouwstenen van de regeling.
De Afdeling oordeelt dat het Instituut terecht alleen vastgestelde fysieke schade meeneemt en dat de ondergrens voor het aannemen van persoonsaantasting redelijk en in overeenstemming met de rechtspraak is. Persoonlijke omstandigheden, zoals een verergerde chronische ziekte, kunnen in een maatwerkprocedure worden beoordeeld, maar appellante leverde onvoldoende bewijs daarvoor.
De Afdeling concludeert dat het Instituut de regeling correct heeft toegepast en dat er geen reden is om af te wijken van de gestandaardiseerde methode. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor vergoeding van immateriële schade wordt bevestigd wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen voor persoonsaantasting.