ECLI:NL:RVS:2026:4229
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen en overdracht verzoekers
Op 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van verzoekers om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Verzoekers stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 juni 2026 deze beroepen ongegrond verklaarde. Verzoekers gingen in hoger beroep en verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van partijen en besloot dat verzoekers niet overgedragen mogen worden totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 21 juli 2026 door voorzieningenrechter M.C. Stoové, in aanwezigheid van griffier M.M. Mercelina. Hiermee wordt de positie van verzoekers voorlopig beschermd tijdens de procedure van hoger beroep.
Uitkomst: Verzoekers worden niet overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.