ECLI:NL:RVS:2026:4150
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving en omgevingsvergunning wegens strijd met bestemmingsplan
In deze zaak gaat het om een geschil tussen een inwoner van Capelle aan den IJssel en het college van burgemeester en wethouders over het zonder vergunning bouwen van een aanbouw en veranda op een perceel. De appellant verzocht handhavend op te treden tegen de overtreding van de Wabo en het bestemmingsplan, maar het college wees dit af en verleende later alsnog een omgevingsvergunning voor de veranda.
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant gegrond en vernietigde de besluiten, maar het college stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college onvoldoende heeft aangetoond dat de aanbouw vergunningvrij is gebouwd en dat het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek niet zorgvuldig is voorbereid. De omgevingsvergunning voor de veranda blijft echter in stand omdat deze vergunning correct is verleend.
Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de procedure met 1 jaar en 8 maanden is overschreden, waarvoor een schadevergoeding van € 2.000,- wordt toegekend. Het college en de Staat worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De Afdeling vernietigt het besluit van 14 december 2023 over het handhavingsverzoek en bevestigt de omgevingsvergunning, waarna het college opnieuw moet beslissen over het handhavingsverzoek met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het handhavingsverzoek wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek, de omgevingsvergunning voor de veranda blijft in stand, en er wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.