ECLI:NL:RVS:2026:4111
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.Th. Drop
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning wegens ernstig vermoeden van strafbare feiten en valsheid in geschrift
Stichting Nahuys vroeg een omgevingsvergunning aan voor werkzaamheden aan het pand aan de Visserstraat 1a in Breda. Het college van burgemeester en wethouders weigerde deze vergunning op basis van adviezen van het Landelijk Bureau Bibob (LBB), die een ernstig vermoeden van valsheid in geschrift en het gebruik van de vergunning voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen en het plegen van strafbare feiten constateerden.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van Stichting Nahuys, maar de Raad van State vernietigt dit oordeel en bevestigt dat het college de vergunning terecht heeft geweigerd op grond van de a- en b-grond van de Wet Bibob en het vermoeden van valsheid in geschrift. De Afdeling stelt dat het college de belangen van het voorkomen van witwassen en strafbare feiten zwaarder mocht wegen dan het belang van Stichting Nahuys.
Daarnaast werd het handhavingsverzoek van Stichting Nahuys aanvankelijk afgewezen, maar later handhavend opgetreden vanwege verslechtering van de staat van het pand. De Raad van State oordeelt dat dit besluit rechtmatig was.
De procedure duurde ruim zes jaar, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent. De Afdeling wijst daarom een schadevergoeding toe aan Stichting Nahuys, die wordt verdeeld over het college en de Staat der Nederlanden. Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, dat van Stichting Nahuys ongegrond.
Het besluit van 1 augustus 2022 wordt vernietigd, waardoor het oorspronkelijke besluit van 6 januari 2020 tot weigering van de vergunning blijft gelden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning aan Stichting Nahuys en wijst een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.