ECLI:NL:RVS:2026:3938
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- N.H. van den Biggelaar
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek funderingsprobleem pand Utrecht en niet-ontvankelijkheid hoger beroep
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen de constructief onveilige situatie van het pand naast het zijne af. Appellant maakte bezwaar en startte meerdere procedures, waaronder hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat het college inmiddels een besluit op bezwaar heeft genomen, waardoor het procesbelang van appellant is komen te vervallen. Daarnaast werd het beroep tegen het besluit van 9 augustus 2022 ongegrond verklaard. De Afdeling stelde vast dat de fundering en de stabiliteitsvoorzieningen, zoals hersteld door bestuursdwang, voldoen aan de bouwtechnische eisen en dat het college terecht niet bevoegd was tot handhavend optreden.
Appellant voerde aan dat het college hem niet had gehoord voorafgaand aan het besluit, maar de Afdeling passeerde dit gebrek omdat appellant voldoende gelegenheid had gehad om te reageren en geen ander besluit aannemelijk was. Verzoeken om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werden afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het handhavingsbesluit ongegrond.