ECLI:NL:RVS:2026:3909
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor onvergunde aanbouw in Buitenkaag
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer legde op 4 juni 2024 aan verzoekers een last onder dwangsom op wegens het bouwen van een aanbouw (atelier) met terras en trap zonder vergunning. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit en schorste de last onder dwangsom. Het college handhaafde het besluit deels bij een nieuw besluit van 4 mei 2026, met een begunstigingstermijn van vier maanden.
Verzoekers vroegen de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit, omdat zij het atelier niet willen afbreken voordat de bodemprocedure is afgerond. De voorzieningenrechter constateerde dat het afbreken een forse inspanning vergt en dat de belangen van de buurman en het college bij spoedige afbraak minder zwaar wegen. Er is onzekerheid over de vraag of het atelier vergunningvrij gebouwd mocht worden, mede vanwege de ligging in een afgraving en het dakterras.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek in de bodemprocedure nodig is en dat het verzoek om voorlopige voorziening gegrond is. Daarom werd het besluit van 4 mei 2026 en het oorspronkelijke besluit van 4 juni 2024 geschorst. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de last onder dwangsom wordt geschorst.