ECLI:NL:RVS:2026:3873
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag en verwijzing naar rechtbank
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de minister nog geen besluit had genomen. Inmiddels heeft de minister op 6 mei 2026 het besluit genomen en de aanvraag afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat appellant met het genomen besluit het doel van de procedure heeft bereikt. De Afdeling overweegt dat de rechtmatigheid van de verlenging van de beslistermijn geen invloed heeft op de proceskostenvergoeding. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellant.
Daarnaast verwijst de Afdeling het beroep tegen het besluit van 6 mei 2026 naar de rechtbank Den Haag, omdat deze rechtbank gespecialiseerd is in de toetsing van asielbesluiten in eerste aanleg. Tegen het oordeel van de rechtbank staat hoger beroep open, waarmee de functie van de hogerberoepsrechter wordt gewaarborgd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit wordt verwezen naar de rechtbank Den Haag.