ECLI:NL:RVS:2026:3872
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 23 maart 2026 niet in behandeling is genomen. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 juni 2026 ongegrond verklaarde. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 6 juli 2026 besloten een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening houdt in dat verzoeker niet wordt overgedragen totdat het hoger beroep is beslist, omdat de noodzakelijke stukken voor de beoordeling van het hoger beroep nog niet zijn ontvangen.
Daarnaast is bepaald dat de minister van Asiel en Migratie de proceskosten van verzoeker, ter hoogte van € 934,00, moet vergoeden. Deze kosten zijn geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De voorzieningenrechter kan deze voorlopige voorziening ambtshalve wijzigen of opheffen voordat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet overgedragen totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.