ECLI:NL:RVS:2026:3839
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek afvalligheid
Appellant heeft bij besluit van 12 maart 2025 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat afvalligheid inhoudt dat een vreemdeling zich heeft afgewend van het geloof waarmee hij is opgegroeid of dat hij in de ogen van zijn sociale omgeving of overheid als afvallig wordt beschouwd. Ook vreemdelingen die nooit in dat geloof hebben geloofd, kunnen afvallig zijn. De Afdeling stelt vast dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de geloofwaardigheid van de door appellant gestelde afvalligheid.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister vernietigd. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een deugdelijk onderzoek en motivering. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek naar de geloofwaardigheid van de afvalligheid.