ECLI:NL:RVS:2026:3813
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.H. van Breda
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning aan langdurig verblijvende minderjarige kinderen ondanks niet voldoen aan Afsluitingsregeling
Betrokkenen, een moeder en haar twee minderjarige zoons met de Nigeriaanse nationaliteit, vroegen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van de Afsluitingsregeling. De minister wees dit af omdat zij niet aan het beleid voldeden. De rechtbank stelde echter dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro ondeugdelijk was gemotiveerd, met name omdat onvoldoende rekening was gehouden met de ontwikkelingsschade en de betekenis van voetbal voor de kinderen.
De Raad van State bevestigt dat de minister onvoldoende gewicht heeft toegekend aan het belang van de kinderen en de individuele omstandigheden, waaronder het BIC-rapport dat ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen constateert. De minister heeft ook onvoldoende gemotiveerd waarom de langdurige banden van de kinderen met Nederland, zoals onderwijs en sociale contacten, minder zwaar wegen vanwege het onrechtmatig verblijf.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een belangenafweging in het voordeel van betrokkenen rechtvaardigen. Gezien de langdurige verblijfsonzekerheid en de negatieve effecten daarvan op de kinderen, beveelt de Afdeling definitieve geschilbeslechting en bepaalt dat de minister betrokkenen een verblijfsvergunning moet verlenen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De minister moet betrokkenen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verlenen vanwege uitzonderlijke omstandigheden en het belang van de kinderen.