ECLI:NL:RVS:2026:3735
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant heeft bij besluit van 12 november 2024 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat uit de landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten, en dat de minister zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt kan stellen dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestaat. De rechtbank heeft dit onvoldoende onderkend, waardoor het hoger beroep gegrond is.
De Afdeling vernietigt zowel de uitspraak van de rechtbank als het besluit van de minister en verwijst de zaak terug voor een nieuw besluit waarbij rekening moet worden gehouden met de actuele feiten en omstandigheden. Verder is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.