ECLI:NL:RVS:2026:3719
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister van Asiel en Migratie op 5 februari 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 10 april 2025. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde op 30 juni 2026 dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of appellant als afvallige en atheïst in Iran een gegronde vrees voor vervolging heeft. Uit eerdere jurisprudentie bleek dat de landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld geeft, waardoor nader onderzoek noodzakelijk is. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister werden vernietigd.
De minister moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de minister wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit met inachtneming van nader onderzoek naar het risico op vervolging.