ECLI:NL:RVS:2026:3699
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens motiveringsgebrek
De minister van Asiel en Migratie wees op 18 maart 2024 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af als kennelijk ongegrond. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 18 april 2024 het besluit vernietigde wegens een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is omdat het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het motiveringsgebrek kan eenvoudig worden hersteld in de nieuwe besluitvorming.
De Afdeling bevestigt daarmee het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00, toe te rekenen aan de door betrokkene ingeschakelde rechtsbijstand. De uitspraak werd op 24 juni 2026 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.