ECLI:NL:RVS:2026:364
Raad van State
- Hoger beroep
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging reductie zegendagen voor zegenvisserij op het IJsselmeer ter bescherming brasembestand
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft voor de visseizoenen 2021/2022 en 2022/2023 het aantal dagen waarop beroepsvissers met het zegenrecht mogen vissen op het IJsselmeer teruggebracht van zeven naar twee. Deze reductie is bedoeld om het brasembestand te beschermen en te herstellen, gebaseerd op rapporten van Wageningen Marine Research (WMR).
De vissers stelden zich op het standpunt dat de reductie onterecht was, onder meer omdat zij vonden dat de minister zich niet mocht baseren op de WMR-rapporten, dat de maatregel disproportioneel was en dat het Actieplan toekomstbestendig visserijbeheer werd overschreden. De rechtbank verklaarde hun beroep ongegrond, waarna de vissers hoger beroep instelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de minister de reductie van het aantal zegendagen deugdelijk heeft gemotiveerd en zich terecht heeft gebaseerd op de WMR-rapporten. De Afdeling stelt vast dat de reductiemaatregel noodzakelijk is vanwege de slechte staat van het brasembestand en dat de minister een belangenafweging heeft gemaakt waarbij ook rekening is gehouden met de financiële belangen van de vissers. De maatregel is proportioneel en er is een fair balance tussen het algemeen belang en de nadelige gevolgen voor de vissers.
De Afdeling bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de reductie van het aantal zegendagen van zeven naar twee en verklaart het hoger beroep van de vissers ongegrond.