ECLI:NL:RVS:2026:3598
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 20 februari 2026 niet in behandeling is genomen. Hiertegen hebben verzoekers beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 11 mei 2026 ongegrond verklaarde. Verzoekers zijn vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Raad van State en hebben tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor voorlopige voorziening daarvoor niet geschikt is. Daarom is besloten een voorlopige voorziening te treffen waarbij verzoekers niet worden overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 23 juni 2026 door voorzieningenrechter M.C. Stoové, in aanwezigheid van griffier N.A. de Jong. De voorlopige voorziening biedt verzoekers tijdelijke bescherming en zekerheid gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Verzoekers worden niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.