ECLI:NL:RVS:2026:3478
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergunning vakantieverhuur woonboot met recht van overpad naastliggende woonboot
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende aan appellant sub 1 vergunningen voor vakantieverhuur van zijn woonboot voor de periodes 9 februari 2022 tot 31 maart 2023 en 3 januari 2023 tot 1 april 2024. Appellant sub 2, eigenaar van de naastliggende woonboot, maakte bezwaar vanwege geluidsoverlast en het gebruik van een recht van overpad over zijn woonboot door vakantiegangers van appellant sub 1.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar van appellant sub 2 gegrond en vernietigde het besluit van 9 september 2022, waarbij het college het bezwaar ongegrond had verklaard. De rechtbank oordeelde dat het college opnieuw moest beoordelen of de vergunningen moesten worden ingetrokken vanwege overlast. Beide appellanten stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank bij haar beoordeling ten onrechte het beoordelingskader van intrekking van vergunningen heeft toegepast in plaats van dat van vergunningverlening. De Afdeling stelt dat de vergunningverlening gebonden bevoegdheid is en dat de algemene voorwaarden en voorschriften van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (HVV) hierop van toepassing zijn.
De Afdeling concludeert dat de regeling in de HVV niet onzorgvuldig is voorbereid en niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De specifieke situatie van dubbelliggende woonboten met een recht van overpad is een privaatrechtelijke aangelegenheid en vormt geen reden om de vergunningverlening te weigeren. De overlast die appellant sub 2 stelt te ervaren is inherent aan de woonsituatie en vormt geen bijzondere omstandigheid die tot weigering van de vergunning moet leiden.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van beide appellanten gegrond, maar verklaart de beroepen tegen de besluiten van het college ongegrond. Het besluit op bezwaar van 17 mei 2024 wordt vernietigd. De vergunningen blijven daarmee in stand.
Uitkomst: De vergunningen voor vakantieverhuur van de woonboot worden gehandhaafd en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt vernietigd.