ECLI:NL:RVS:2026:3431
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigde asielbesluiten
De minister van Asiel en Migratie had op 30 september 2025 en 22 januari 2026 besluiten genomen waarin aanvragen van betrokkenen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werden afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde deze beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de minister nieuwe besluiten moest nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vergt en dat de procedure zich niet leent voor een inhoudelijke beoordeling op dit moment.
Daarom werd bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.