ECLI:NL:RVS:2026:3335
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.W.P. van Gastel
- C.H. Bangma
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving bomenplanting zonder omgevingsvergunning in Hoeksche Waard
Het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard legde op 2 juni 2020 aan appellant een last onder dwangsom op om 17 op zijn perceel geplante bomen te verwijderen, omdat hiervoor geen omgevingsvergunning was verleend. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam, die het college opdroeg een nieuw besluit te nemen, handhaafde het college de last opnieuw bij besluit van 12 juli 2023.
Appellant voerde aan dat geen vergunning nodig was omdat het niet om bebossing of houtopstanden ging, en dat er sprake was van concreet zicht op legalisering. Ook stelde hij dat de bomen een landschappelijke en ecologische waarde hebben. De Afdeling oordeelde dat het planten van 17 bomen valt onder het begrip houtopstanden in het bestemmingsplan en dat een omgevingsvergunning vereist is. Het college mocht handhavend optreden omdat geen vergunning was verleend en er geen concreet zicht op legalisering bestond.
Verder werd geoordeeld dat de begunstigingstermijn van zes weken na uitspraak redelijk was en dat de dwangsom passend was. De beroepen van appellant en andere partijen tegen het besluit van 12 juli 2023 werden ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en het college bleef bevoegd tot handhaving.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college blijft bevoegd handhavend op te treden tegen het planten van bomen zonder vergunning.