ECLI:NL:RVS:2026:3327
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen veiligheidszone bestemmingsplan ontplofbare oorlogsresten gemeente Altena
De raad van de gemeente Altena stelde op 26 maart 2024 het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten' vast, waarin grote delen van de gemeente zijn aangeduid als veiligheidszone. Deze aanduiding verbiedt bouwwerken met grondwerkzaamheden dieper dan 0,30 m zonder vergunning en stelt voorwaarden aan andere werkzaamheden zoals sonderingen en boomplantingen.
Appellant, wonend in het gebied, betoogde dat de aanduiding onnodig en te belastend is, dat de veiligheid niet toeneemt, en dat de vergunningplicht tot meer ongelukken en overregulering leidt. Ook stelde hij dat de afwijkingsbevoegdheid onuitvoerbaar is en dat het risicogebied te ruim is vastgesteld.
De raad verdedigde het plan met het oog op het beschermen van het woon- en leefklimaat tegen ontplofbare oorlogsresten, onderbouwd met gegevens van de Explosieven Opruimingsdienst en een geactualiseerde risicokaart. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad een evenwichtige en proportionele belangenafweging heeft gemaakt, dat de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn en dat het beroep ongegrond is.
De Afdeling concludeert dat de vergunningplicht en de veiligheidszone gerechtvaardigd zijn gezien het risico op ontplofbare oorlogsresten in de gemeente Altena, en dat de kosten en administratieve lasten niet buitensporig zijn. Het beroep wordt verworpen en de raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan veiligheidszone ontplofbare oorlogsresten wordt ongegrond verklaard.