ECLI:NL:RVS:2026:3303
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.Th. Drop
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering binnenlands beschermingsalternatief
Betrokkene, met de Somalische nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 december 2023 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde dit besluit op 26 juli 2024 gegrond en vernietigde het, met de opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom betrokkene zich in een gebied in Somalië waar Al-Shabaab niet aan de macht is, zoals Mogadishu, zou kunnen vestigen. Betrokkene was nooit in Somalië geweest en had geen sociaal netwerk daar, wat het vestigen in Mogadishu bemoeilijkt.
Hoewel de minister terecht aanvoerde dat de vraag naar een binnenlands beschermingsalternatief pas aan de orde is na vaststelling van een reëel risico op ernstige schade, leidde dit niet tot vernietiging van de uitspraak. De rechtbank had namelijk ook geoordeeld dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Mogadishu een gegronde vrees voor vervolging heeft.
De Afdeling benadrukte dat de minister in het nieuwe besluit het motiveringsgebrek moet herstellen en rekening moet houden met de actuele veiligheidssituatie in Mogadishu, zoals beschreven in ambtsberichten van juni 2023 en april 2025. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.