ECLI:NL:RVS:2026:2243
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- B. Meijer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel Somalische vreemdeling
Betrokkene, een Somalische vreemdeling die nog nooit in Somalië is geweest, vroeg om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 10 november 2022 af. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de tussenuitspraak en de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister terecht klaagde dat de vraag naar een binnenlands beschermingsalternatief pas aan de orde komt nadat is vastgesteld dat betrokkene een reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank had echter ten onrechte het landgebonden asielbeleid voor Somalië over het binnenlands beschermingsalternatief relevant geacht.
Desondanks oordeelde de Afdeling dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat betrokkene geen gegronde vrees voor vervolging of risico op ernstige schade in Mogadishu heeft, mede gelet op het ontbreken van een netwerk en de actuele veiligheidssituatie. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.