ECLI:NL:RVS:2026:3295
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 september 2023 de aanvraag van appellant voor een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met de onduidelijkheid in de landeninformatie over Iran, met name over de situatie van afvalligen en atheïsten. Hierdoor kon de minister zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt stellen dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestond. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand waren gelaten.
De minister moet een nieuw besluit nemen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Prejudiciële vragen werden niet gesteld, gelet op relevante arresten van het Hof van Justitie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten.