ECLI:NL:RVS:2026:3220
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 14 januari 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 10 september 2025. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat uit de landeninformatie over Iran een eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten. De minister had niet zonder nader onderzoek mogen concluderen dat appellant geen gegronde vrees voor vervolging heeft. Hierdoor slaagt het betoog van appellant over het risico dat hij loopt bij terugkeer naar Iran.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister. De minister moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.