ECLI:NL:RVS:2026:3173
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing overname private schuld toeslagenaffaire ondanks vertrouwensbeginsel en hardheidsclausule
Appellante, erkend als gedupeerde van de toeslagenaffaire, verzocht om overname van een private schuld aan Qander Consumer Finance van €664,88. De Belastingdienst/Toeslagen wees dit verzoek af omdat de schuld niet voor 1 juni 2021 opeisbaar was, een vereiste volgens de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet slaagde omdat het belang van juiste wetstoepassing zwaarder woog dan de toezegging van de minister. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast wegens onvoldoende bewijs van schrijnende omstandigheden.
In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank het vertrouwensbeginsel onjuist had toegepast en onvoldoende rekening had gehouden met niet-kwantitatieve schade. De Afdeling oordeelde echter dat de belangenafweging correct was en dat appellante geen schade had aangetoond. Ook het beroep op de hardheidsclausule faalde omdat zij onvoldoende inzicht gaf in haar actuele situatie.
De Afdeling bevestigde daarmee het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af, waarbij zij begrip toonde voor de teleurstelling van appellante maar de wettelijke voorwaarden en belangenafweging leidend achtte.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot overname van de private schuld wegens niet voldoen aan de wettelijke voorwaarden.