ECLI:NL:RVS:2026:3146
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake herbeoordeling kinderopvangtoeslag in hersteloperatie toeslagen
De Dienst Toeslagen wees een verzoek tot herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag over 2017 af, ondanks eerdere toekenning van een forfaitaire vergoeding. De rechtbank oordeelde dat de verzoeker niet voldeed aan de wettelijke vereisten voor compensatie, maar dat de hardheidsclausule vanwege een schrijnende situatie toch toegepast moest worden, waardoor de Dienst Toeslagen een nieuw besluit moest nemen.
De Dienst Toeslagen stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak te schorsen, omdat het nemen van een nieuw besluit onomkeerbare gevolgen zou hebben als het hoger beroep succesvol zou zijn. De voorzieningenrechter erkende het belang van de Dienst Toeslagen om onomkeerbare gevolgen te voorkomen, maar ook het belang van de verzoeker bij voortzetting van sociale ondersteuning.
De voorzieningenrechter besloot dat de Dienst Toeslagen niet opnieuw op het bezwaar hoeft te beslissen totdat het hoger beroep is afgerond. Deze voorlopige voorziening beperkt de gevolgen voor de verzoeker niet, aangezien de sociale ondersteuning vanuit de gemeente kan blijven doorgaan. De mondelinge behandeling van het hoger beroep staat gepland op 15 juli 2026.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat de Dienst Toeslagen niet opnieuw op het bezwaar hoeft te beslissen totdat het hoger beroep is afgerond.