ECLI:NL:RVS:2026:3083
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na zorgvuldige leeftijdsbeoordeling
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 30 januari 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de beoordeling van de minderjarigheid van appellant en de juistheid van de leeftijdsregistratie in Italië. De Raad van State overwoog dat de minister bij de leeftijdsbeoordeling een registratie uit een andere EU-lidstaat mag betrekken, maar zich niet kan beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De minister moet uitgaan van het vermoeden van minderjarigheid, maar kan dit vermoeden ontzenuwen door zorgvuldig onderzoek.
De Raad van State oordeelde dat de minister dit onderzoek op zorgvuldige wijze had verricht en dat het oordeel van de rechtbank dat appellant niet aannemelijk had gemaakt minderjarig te zijn, terecht was. Er was geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.