ECLI:NL:RVS:2026:3080
Raad van State
- Wraking
- J.M. Willems
- M.J.M. Ristra-Peeters
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen lid van de meervoudige kamer Raad van State wegens vermeende vooringenomenheid
Tijdens de zitting op 8 mei 2026 verzocht verzoeker om wraking van staatsraad G.O. van Veldhuizen, lid van de meervoudige kamer belast met de zaak 202502238/1/A3. Verzoeker baseerde zijn wrakingsverzoek op het feit dat hij en de staatsraad veertig jaar geleden lid waren van dezelfde studentenvereniging en dat er een incident was met een hamer die zoekgeraakt zou zijn, hoewel dit incident slechts ter illustratie diende.
De staatsraad berustte niet in het wrakingsverzoek en gaf een schriftelijke reactie waarin hij stelde geen herinnering te hebben aan het incident met de hamer en dat het lidmaatschap van dezelfde studentenvereniging geen reden tot wraking vormt. De Afdeling behandelde het verzoek op 26 mei 2026 en concludeerde dat het enkele feit van het lid zijn van dezelfde studentenvereniging veertig jaar geleden onvoldoende is om de schijn van vooringenomenheid te rechtvaardigen.
Verzoeker had niet gesteld dat er meer dan terloopse contacten waren en gaf aan sinds de studententijd geen contact meer te hebben gehad met de staatsraad. De Afdeling oordeelde dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op de veronderstelling van onpartijdigheid rechtvaardigen. Daarom wees de Afdeling het wrakingsverzoek af en bevestigde de onpartijdigheid van de staatsraad.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad G.O. van Veldhuizen wordt afgewezen wegens onvoldoende grond voor schijn van vooringenomenheid.