ECLI:NL:RVS:2026:2949
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 23 maart 2026 niet in behandeling is genomen. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 mei 2026 ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat de voorlopige voorziening passend is.
De voorzieningenrechter bepaalde dat verzoeker niet wordt overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.