ECLI:NL:RVS:2026:2944
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag
Appellant stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de minister toen nog geen besluit had genomen.
Tijdens het hoger beroep nam de minister alsnog een besluit op 9 april 2026, waarmee appellant het doel van de procedure bereikte. Hierdoor werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de rechtmatigheid van de verlenging van de beslistermijn nog moet worden beoordeeld in een andere procedure.
Ondanks de niet-ontvankelijkheid veroordeelde de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant, omdat de beslistermijn van vijftien maanden was overschreden. De vergoeding werd vastgesteld op €467,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.