ECLI:NL:RVS:2026:2876
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor Gülenist
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 26 februari 2024 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 12 april 2024 ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het beleid voor de beoordeling van asielaanvragen van Gülenisten, zoals gewijzigd per 1 december 2023, redelijk is en dat de aangevoerde informatie over de situatie in Turkije reeds in eerdere uitspraken is betrokken. De overige grieven van appellant leiden niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het hogerberoepschrift bevat geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, noch roept het vragen op over Unierecht.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigt zij de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.