ECLI:NL:RVS:2026:2853
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang na afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 1 september 2025 is afgewezen. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 mei 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld door verzoeker. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat de op 13 mei 2026 aangekondigde beëindiging van de opvang zou plaatsvinden voordat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 mei 2026 bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde, tot een bedrag van € 934,00.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.