ECLI:NL:RVS:2026:2717
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van grensdetentie en weigering schadevergoeding in hoger beroep
Bij besluit van 13 januari 2025 legde de minister van Asiel en Migratie aan appellant een vrijheidsontnemende maatregel op. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 februari 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken, waaronder een arrest van het Hof van Justitie van de EU, en zag geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.
De Afdeling vond ook ambtshalve geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.