Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2676

Raad van State

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
10 mei 2026
Zaaknummer
202600348/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbArt. 8:81 AwbArt. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging parkeerovereenkomst gemeente Rotterdam

Verzoekster sloot in 2014 een overeenkomst met de gemeente Rotterdam voor het gebruik van een parkeerplaats in een parkeergarage, die jaarlijks stilzwijgend werd verlengd. In 2022 beëindigde de gemeente het abonnement omdat verzoekster niet tot de doelgroep van bewoners in de directe omgeving behoorde.

Verzoekster maakte bezwaar tegen de beëindiging, maar deze werden niet-ontvankelijk verklaard omdat het om privaatrechtelijke kwesties zou gaan. De rechtbank verklaarde haar beroepen ongegrond. Verzoekster stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om haar recht op gebruik van de parkeergarage te herstellen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen spoedeisend belang had, ondanks medische stukken die haar gezondheidssituatie onderbouwen. De parkeergarage ligt niet in de nabijheid van haar woning en de medische stukken rechtvaardigen geen onverwijlde spoed. Ook een vermeende overschrijding van de redelijke termijn rechtvaardigt geen voorlopige voorziening.

Daarom werd het verzoek afgewezen en hoefde de gemeente geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is een voorlopige voorziening en bindt niet in de bodemprocedure.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.

Uitspraak

202600348/2/A3.
Datum uitspraak: 13 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
[verzoekster], wonend in Rotterdam,
verzoekster,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank) van 18 december 2025 in zaken nrs. 25/8505, 25/8507, 25/8506 en 25/8508 in het geding tussen:
[verzoekster]
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam
Procesverloop
[verzoekster] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 18 december 2025.
Ook heeft [verzoekster] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[verzoekster] heeft onder verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medische stukken overgelegd en medegedeeld dat uitsluitend de voorzieningenrechter daarvan kennis mag nemen.
Bij beslissing van 23 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2338, heeft de geheimhoudingskamer van de Afdeling het verzoek van [verzoekster] tot beperkte kennisneming van de medische stukken gerechtvaardigd geacht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening ter zitting behandeld op 30 april 2026, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S.B.H. Fijneman, is verschenen.
Het college heeft de voorzieningenrechter ter zitting toestemming verleend om mede op de grondslag van de overgelegde medische stukken uitspraak te doen.
Overwegingen
1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
Waar gaat deze zaak over?
2.       Op 10 februari 2014 heeft [verzoekster] een overeenkomst met de gemeente Rotterdam gesloten om een parkeerplaats in de parkeervoorziening aan de Benthuizerstraat in Rotterdam (hierna: de parkeergarage) te mogen gebruiken voor haar auto. De overeenkomst is aangegaan voor de duur van een jaar, ingaande op 1 maart 2014, en wordt elk jaar stilzwijgend voor eenzelfde periode verlengd.
3.       Bij brief van 13 mei 2014 heeft het college aan [verzoekster] medegedeeld dat een onbeperkt abonnement voor de parkeergarage aan haar is toegekend met ingang van 1 juni 2014.
4.       Bij brief van 19 mei 2022 heeft de Manager Parkeervoorzieningen aan [verzoekster] medegedeeld dat haar abonnement per 31 juli 2022 wordt beëindigd. De gemeente kent stallingsabonnementen alleen toe aan specifieke groepen. Deze abonnementen zijn vooral bedoeld voor bewoners die in de directe omgeving van de parkeergarage wonen. [verzoekster] valt niet binnen deze doelgroep.
5.       Bij brieven van 28 en 29 juni 2022 heeft het college aan [verzoekster] medegedeeld dat de overeenkomst voor het gebruik van de parkeergarage met ingang van 1 augustus 2022 wordt beëindigd.
6.       Bij besluiten van 9 augustus 2022 en 23 augustus 2022 heeft het college de door [verzoekster] gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard. Volgens het college zijn de brieven van 19 mei 2022, 28 en 29 juni 2022 geen besluiten in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Deze brieven gaan over privaatrechtelijke kwesties en daartegen is geen bezwaar mogelijk.
7.       Bij uitspraak van 18 december 2025 heeft de rechtbank de door [verzoekster] daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
8.       [verzoekster] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en heeft hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die er toe strekt dat het college binnen twee weken na verzending van de uitspraak op het verzoek haar recht om met haar auto van de parkeergarage gebruik te maken herstelt en voortzet.
Is er spoedeisend belang?
9.       Voordat de voorzieningenrechter aan de inhoudelijke beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening toekomt, moet hij eerst, zoals artikel 8:81, eerste lid, van de Awb bepaalt, beoordelen of er sprake is van onverwijlde spoed.
10.     [verzoekster] heeft aangevoerd dat zij spoedeisend belang heeft bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening vanwege haar gezondheidssituatie. Zij kan niet ver lopen zonder pijnklachten en er zijn medische indicaties verstrekt. Ter onderbouwing van haar klachten heeft zij medische stukken overgelegd met de mededeling dat uitsluitend de voorzieningenrechter daarvan kennis zal mogen nemen. Verder heeft zij aangevoerd dat zij spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening omdat de procedure door foutieve uitspraken van de rechtbank en de Afdeling te lang heeft geduurd.
11.     De voorzieningenrechter stelt vast dat [verzoekster] sinds 1 oktober 2022 geen gebruik meer heeft gemaakt van de parkeergarage. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt waarom er vanwege haar gezondheidssituatie sprake is van onverwijlde spoed bij het gebruik van de parkeergarage. De parkeergarage ligt namelijk niet in de nabijheid van haar woonhuis. De overgelegde vertrouwelijke medische stukken, waarvan de voorzieningenrechter kennis heeft genomen, kunnen dat niet anders maken.
12.     Voor zover [verzoekster] heeft aangevoerd dat de redelijke termijn is overschreden, overweegt de voorzieningenrechter dat, daargelaten dat deze nog niet is verstreken, een dergelijke overschrijding op zichzelf niet voldoende is om onverwijlde spoed aan te nemen. Dat wat zij heeft aangevoerd betreft alleen de noodzaak tot versnelde behandeling van het hoger beroep. Maar de voorlopige voorzieningenprocedure is niet bedoeld om een versnelde behandeling van het hoger beroep in de hoofdzaak te bewerkstelligen.
13.     [verzoekster] heeft, gelet op het voorgaande, geen spoedeisend belang, waardoor niet aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek wordt toegekomen. Het verzoek om voorlopige voorziening moet daarom worden afgewezen.
14.     De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T.E. Larsson-van Reijsen, griffier.
w.g. Daalder
voorzieningenrechter
w.g. Larsson-van Reijsen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026
978