AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing verzoek beperkte kennisneming medische gegevens in bestuursrechtelijk hoger beroep
Appellante heeft in het hoger beroep tegen het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis mag nemen van bepaalde stukken die haar medische gegevens bevatten. Zij stelt dat het college zich ook zonder deze gegevens voldoende kan verweren.
De Afdeling heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over alle relevante informatie te beschikken en het belang van appellante bij bescherming van haar persoonlijke levenssfeer. Gezien het bijzondere karakter van medische gegevens en het feit dat het college niet onevenredig wordt geschaad door de beperkte kennisneming, weegt het privacybelang zwaarder.
Daarom heeft de Afdeling het verzoek van appellante toegewezen en bepaald dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van de vertrouwelijke stukken met medische informatie. Dit besluit is genomen door de enkelvoudige geheimhoudingskamer en uitgesproken op 23 april 2026.
Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van medische gegevens wordt toegewezen, alleen de Afdeling mag deze stukken inzien.
Uitspraak
202600348/3/A3.
Datum beslissing: 23 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het hoger beroep van:
[appellante], wonend in Rotterdam,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 december 2025 in zaken nrs. 25/8505, 25/8506, 25/8507 en 25/8508 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam.
Procesverloop
[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 december 2025 in zaken nrs. 25/8505, 25/8506, 25/8507 en 25/8508.
[appellante] heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 vanPro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft informatie over haar medische toestand.
Overwegingen
1. [appellante] heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal mogen nemen. Zij wil niet dat het college kennisneemt van haar medische gegevens. Volgens haar kan het college zich zonder kennis van die gegevens in voldoende mate verweren.
2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3. De gegevens die [appellante] heeft overgelegd, zijn gegevens over haar medische toestand. Gegevens over de gezondheid zijn bijzondere persoonsgegevens. Verstrekking van de stukken aan het college zou het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [appellante] kunnen schaden. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [appellante] in dit geval zwaarder dan het belang van het college om van deze stukken kennis te nemen. Daarbij is van belang dat het college door de beperkte kennisneming niet zodanig in zijn procesbelang wordt geschaad, dat zijn belang zwaarder moet wegen.
4. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Renkema, griffier.