ECLI:NL:RVS:2026:2402
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bijgebouw ondanks afwijking bestemmingsplan en beleidsregels
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 28 juli 2022 een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een bijgebouw met opstelplaatsen voor een warmtepomp, airco-units en een scherm, ondanks overschrijding van de maximale oppervlakte en niet voldoen aan minimale afstand tot de perceelsgrens. Appellanten stelden dat het bouwwerk een tweede zelfstandige woning betrof en dat de vergunning daarom onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat het bouwwerk niet als zelfstandige woning wordt gebruikt, mede vanwege de vergunningsvoorwaarde die bewoning verbiedt, en dat het college de vergunning terecht kon verlenen met toepassing van de beleidsregels. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het hoger beroep en concludeerde dat de voorzieningen in het bijgebouw niet leiden tot zelfstandige bewoning en dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor ander gebruik dan sauna, tuinkamer, atelier en berging.
Verder werd geoordeeld dat de afwijking van de goothoogte met 10 cm, hoewel in strijd met de beleidsregels, door een stedenbouwkundig advies werd gedekt en dat de belangenafweging van het college in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet onevenredig is. Het zicht op het gebouw is beperkt door een tuinafscheiding en het gebouw voldoet aan redelijke eisen van welstand onder voorwaarde van schildering van de installaties.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De vergunning is rechtmatig verleend en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor het bijgebouw wordt bevestigd omdat geen sprake is van zelfstandige woning en de belangenafweging niet onevenredig is.