Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2336

Raad van State

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
202600964/1/A2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Eerste Protocol EVRMArt. 8:4 AwbArt. 8:114 AwbArt. P 20 Kieswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid bestuursrechter bij beroep tegen vaststelling uitslag gemeenteraadsverkiezing Amsterdam

Op 18 maart 2026 vond de gemeenteraadsverkiezing in Amsterdam plaats waarbij de vereniging SHOUT! met de aanduiding ‘LCA (Liberaal Collectief Amsterdam)’ deelnam. Het centraal stembureau stelde op 27 maart 2026 de uitslag en zetelverdeling vast, waarna de gemeenteraad op 31 maart 2026 het proces-verbaal goedkeurde.

De vereniging stelde beroep in tegen het besluit van het centraal stembureau, stellende dat kiezers geen reële, effectieve en gelijkwaardige keuze hadden tussen politieke groeperingen, met name vanwege een ongelijk speelveld voor kleinere en nieuwe partijen. De vereniging stelde dat de bestuursrechter hierover een oordeel moest geven, verwijzend naar artikel 3 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.

De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat op grond van artikel 8:4, vierde lid, Awb, geen beroep mogelijk is tegen besluiten tot vaststelling van verkiezingsuitslagen. Dit betekent dat de bestuursrechter onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Wel kan de burgerlijke rechter mogelijk rechtsbescherming bieden op grond van het EVRM.

De Afdeling wees het beroep af wegens onbevoegdheid en bepaalde dat het betaalde griffierecht van € 397,00 aan de vereniging wordt terugbetaald. Het centraal stembureau hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De bestuursrechter verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de vaststelling van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezing Amsterdam 2026.

Uitspraak

202600964/1/A2.
Datum uitspraak: 29 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de vereniging SHOUT!, gevestigd in Amsterdam,
appellante,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 27 maart 2026 heeft het centraal stembureau de uitslag en de zetelverdeling van de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam van 18 maart 2026 vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft de vereniging beroep ingesteld.
Het centraal stembureau heeft een verweerschrift ingediend.
De Kiesraad heeft inlichtingen verschaft.
De vereniging heeft nadere stukken overgelegd.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 21 april 2026, waar de vereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het centraal stembureau, vertegenwoordigd door B.J.L. Kuijer, R. Nomden en E.H.G. Schmitz, zijn verschenen. Ook is op de zitting de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. M. Bijl, als partij gehoord.
Overwegingen
1.       Op 18 maart 2026 heeft de verkiezing van de leden van de raad van Amsterdam plaatsgevonden. De vereniging heeft met de aanduiding ‘LCA (Liberaal Collectief Amsterdam)’ aan deze verkiezing deelgenomen. Het centraal stembureau heeft op grond van artikel P 20 van de Kieswet op 27 maart 2026 tijdens een openbare zitting de uitslag van de verkiezing vastgesteld. Op 31 maart 2026 heeft de raad ingestemd met het proces-verbaal van het centraal stembureau.
2.       Het beroep van de vereniging komt er in de kern op neer dat volgens haar de kiezers tijdens de gemeenteraadsverkiezing geen reële, effectieve en gelijkwaardige keuze hebben gehad tussen de deelnemende politieke groeperingen. De vereniging heeft hierbij te kennen gegeven dat de uitslag of zetelverdeling niet ter discussie wordt gesteld, maar dat het haar gaat om het ongelijke speelveld voor de kleinere en/of nieuwe politieke groeperingen. Zij vindt dat de bestuursrechter hierover een oordeel moet kunnen geven en wijst op artikel 3 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
3.       In artikel 8:4, vierde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat, voor zover hier van belang, geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inzake de vaststelling van de uitslag bij verkiezingen van de leden van vertegenwoordigende organen. Dit betekent dat de wetgever voor het besluit van 27 maart 2026 uitdrukkelijk heeft uitgesloten dat hiertegen beroep kan worden ingesteld bij de bestuursrechter. Ditzelfde geldt overigens voor het besluit van de gemeenteraad van 31 maart 2026. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 20 december 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3932, rechtsoverweging 4.1).
4.       Dit betekent overigens niet dat geen enkele rechter bevoegd is om van het verkiezingsgeschil kennis te nemen. Voor zover uit artikel 3 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM al een recht op toegang tot de rechter zou volgen en dat recht ook zou bestaan bij de verkiezing van gemeenteraden, kan de burgerlijke rechter rechtsbescherming bieden.
5.       De Afdeling is onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
6.       Het centraal stembureau hoeft geen proceskosten te vergoeden.
7.       De Afdeling zal met toepassing van artikel 8:114, eerste lid, van de Awb bepalen dat de griffier van de Raad van State aan de vereniging het door haar betaalde griffierecht voor het beroep terugbetaalt.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen;
II.       bepaalt dat de griffier van de Raad van State aan de vereniging SHOUT! het door haar betaalde griffierecht van € 397,00 voor de behandeling van het beroep terugbetaalt.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, en mr. J.Th. Drop, en mr. J.C.A. de Poorter, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier.
w.g. Daalder
voorzitter
w.g. Rietveld
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2026
1064